Kernwaarden en basisprincipes

Het media-aanbod moet voor de Nederlandse mediaconsument onafhankelijk zijn, het moet toegankelijk zijn en het moet pluriform zijn. Het Commissariaat waarborgt met zijn werk deze kernwaarden van het bestel, en draagt daarmee bij aan de verwezenlijking van het principe van de vrijheid van informatie, een van de pijlers onder de democratische rechtsstaat.

Onafhankelijkheid

Onafhankelijkheid van het media-aanbod betekent onder meer dat publieke omroepen volledig vrij moeten zijn om programma’s al dan niet uit te zenden. Ze mogen zich daarbij niet dienstbaar maken aan derden. Zowel bij publieke als commerciële media-instellingen mag geen sprake zijn van niet-toegestane beïnvloeding en moet, voor zover binnen de grenzen van de wet (commerciële of politieke) beïnvloeding plaatsvindt, dit voor de kijker glashelder zijn.

Toegankelijkheid

Toegankelijkheid van het media-aanbod betekent dat alle inwoners van Nederland tegen redelijke kosten en met zo min mogelijk beperkingen toegang hebben tot informatie, en dat aanbieders van media-aanbod toegang hebben tot platforms waarop deze verspreid kan worden. Media-aanbod kan echter ook té toegankelijk en daarmee onveilig zijn. De wetgever heeft willen voorkomen dat minderjarigen blootgesteld worden aan ernstig schadelijke beelden.

Pluriformiteit

Pluriformiteit van het media-aanbod betekent dat een grote verscheidenheid aan onderwerpen op verschillende manieren aan bod moet kunnen komen. Er moet ruimte zijn voor afwijkende meningen. Alleen dan kan de mediaconsument goed geïnformeerde keuzes maken en blijven (onder meer in het geval van consumptie van nieuws en andere informatie) de risico’s van filterbubbels en echokamers beperkt.

Ondersteunende basisprincipes

Het Commissariaat ziet er in de uitoefening van zijn taak tevens op toe dat wordt voldaan aan de drie basisprincipes die deze drie kernwaarden ondersteunen, te weten (i) het principe dat publiek geld rechtmatig besteed wordt, (ii) dat op transparante wijze verantwoording wordt afgelegd over bestedingen en de herkomst van inkomsten of van producten die worden gebruikt in programma’s, en (iii) dat integriteit is gewaarborgd doordat raden van toezicht en besturen van publieke media-instellingen zich niet alleen richten op de bedrijfsmatige belangen van een media-instelling, maar tevens rekening houden met de publieke belangen die ten grondslag liggen aan de Mediawet. Daar waar deze, wettelijk verankerde, principes worden geschonden kan het Commissariaat zijn handhavingsinstrumentarium inzetten.