Nieuwe beleidsregels nevenactiviteiten

Publieke omroepen zijn, mede als gevolg van de aan hen opgelegde bezuinigingen, steeds vaker op zoek naar andere manieren om inkomsten te genereren. Bovendien hebben de omroepen wettelijk gezien meer vrijheden gekregen om eigen inkomsten te genereren. Een van de mogelijkheden voor het genereren van eigen inkomsten is het ontplooien van een nevenactiviteit.

Als een activiteit van een publieke omroep niet onder de publieke media-opdracht of verenigingsactiviteiten valt, is er sprake van een nevenactiviteit. Publieke omroepen moeten voor zo’n nevenactiviteit vooraf toestemming vragen aan het Commissariaat. Zo wordt voorkomen dat publiek geld dat bestemd is voor het verzorgen van media-aanbod aan andere doelen wordt besteed of dat andere marktpartijen lijden onder oneerlijke concurrentie. Sinds 2009 is sprake van een grote toename in het aantal meldingen van nevenactiviteiten.

Om de beoordeling van de nevenactiviteiten in goede banen te leiden, zijn in 2009 de Beleidsregels nevenactiviteiten ingevoerd. Sindsdien toetst en evalueert het Commissariaat met regelmaat deze werkwijze en regels, samen met publieke omroepen en andere betrokkenen. Hieruit blijkt dat er behoefte bestaat aan een vereenvoudiging van de aanvraagprocedure, de clustering van nevenactiviteiten en aan een mogelijkheid om generieke toestemmingen te gaan verlenen. Deze evaluatie heeft geleid tot de nieuwe Beleidsregels nevenactiviteiten 2016 die op 1 januari 2016 in werking zijn getreden. De bijstelling van de beleidsregels leidt tot een administratieve lastenverlichting voor de publieke omroepen.

De belangrijkste wijzigingen in de Beleidsregels nevenactiviteiten 2016 zijn de volgende:

  • Om informatie beter toegankelijk en vindbaar te maken is in de Beleidsregels nevenactiviteiten 2016 een aantal beleidsbrieven en oude ontheffingen over nevenactiviteiten samengebracht. Het betreft onder andere de Beleidsregels nevenactiviteiten 2009, de (cluster)brief van het Commissariaat van 23 december 2008, de (merchandise)brief van het Commissariaat van 15 juli 2008 en de Beleidsregels ontheffingen programmatitel nevenactiviteiten publieke omroep van 19 februari 2008.
  • Om de voorafgaande toetsing van nevenactiviteiten beter te kunnen uitvoeren, geldt sinds 2008 voor de publieke media-instellingen die landelijk media-aanbod verspreiden een systeem waarbij nevenactiviteiten gecategoriseerd zijn. Deze categorisatie wordt clusterindeling genoemd. In de nieuwe beleidsregels is de clustering van nevenactiviteiten vereenvoudigd en van toepassing op alle publieke media-instellingen. Een belangrijke reden om nevenactiviteiten ook in 2016 te blijven indelen in clusters, is dat de clusterindeling een betere stroomlijning van melding en afhandeling van nevenactiviteiten mogelijk maakt. Afhankelijk van het cluster waarin de nevenactiviteit wordt ingedeeld worden bijvoorbeeld andere voorwaarden gesteld aan de relatietoets.
  • Ook heeft het Commissariaat (in februari 2016) wijzigingen opgenomen voor de beoordeling van de kostendekkendheid. Voorbeelden van deze wijzigingen zijn het stellen van voorwaarden bij hoog risico nevenactiviteiten en het verrekenen van aanloopverliezen gedurende vier boekjaren.
  • Verder is de aanmeldprocedure van nevenactiviteiten vereenvoudigd. De aanvrager hoeft nog maar één digitaal aanvraagformulier in te vullen. Aan de hand van vragen wordt de aanvrager door het meldingsproces geleid. Afhankelijk van de antwoorden worden de juiste vervolgvragen gesteld of worden aanvullende documenten ter ondersteuning van de melding opgevraagd, zoals een begroting of licentieovereenkomst.

Voor enkele typen nevenactiviteiten is de afgelopen jaren een dusdanig bestendige praktijk gevormd dat het Commissariaat hiervoor een generieke toestemming geeft. Het Commissariaat heeft bijvoorbeeld een generieke toestemming voor alle publieke media-instellingen verleend voor het op de markt (laten) brengen van onverkort publiek media-aanbod op fysieke dragers en video on demand; de verkoop van programma’s en fragmenten door landelijke publieke media-instellingen aan derden aan de hand van de Tarievenlijst hergebruik archiefmateriaal van het Nederlands instituut voor Beeld en Geluid; en het verkopen van producten of diensten van derden. Melding van nevenactiviteiten die binnen de generieke toestemming, en de daarin gestelde voorwaarden worden verricht, is in die gevallen voldoende.

Alle nevenactiviteiten worden in een openbaar register opgenomen dat op de website van het Commissariaat in te zien is.

Tags bij deze pagina