Heel Holland Bakt, Omroep Max

In februari 2016 heeft het Commissariaat de eerder aan Omroep Max opgelegde boete voor een overtreding van het dienstbaarheidsverbod verlaagd. Omroep Max heeft bij het verwerven van de rechten op het format van dit programma aan de exploitatie van de rechten op het merk Heel Holland Bakt geen voorwaarden verbonden die dienstbaarheid hadden moeten voorkomen. Later heeft Max alsnog maatregelen genomen om overtredingen van het dienstbaarheidsverbod voor de resterende duur van de licentieovereenkomst van Heel Holland Bakt te voorkomen. Daarom is de boete verlaagd.

Het Commissariaat volgt met deze beslissing in grote lijnen de Adviescommissie bezwaarschriften. Die heeft het Commissariaat eerder geadviseerd om de meeste bezwaren ongegrond te verklaren, maar de hoogte van de boete te heroverwegen. Omroep Max stelt vervolgens beroep in tegen deze beslissing op bezwaar.

Begin 2017 verklaart de Rechtbank Midden-Nederland het beroep van Omroep MAX tegen de boete gegrond. De rechtbank erkent dat op publieke media-instellingen een zorgplicht rust om dienstbaarheid te voorkomen. Het Commissariaat mag een ruime invulling geven aan wat in dit kader van publieke omroepen mag worden geëist. De rechtbank oordeelt ook dat de nalatigheid rond het contracteren over de rechten van het merk Heel Holland Bakt onder omstandigheden een overtreding van de zorgplicht en daarmee van het dienstbaarheidsverbod kan opleveren. Echter, de rechtbank vindt dat in dit specifieke geval voor Omroep Max onvoldoende te voorzien was dat zij het dienstbaarheidsverbod zou overtreden.

Het Commissariaat heeft ervoor gekozen niet in beroep te gaan tegen de uitspraak van de rechtbank in deze specifieke zaak, maar om in bredere zin nadere duidelijkheid te geven over de reikwijdte van het dienstbaarheidsverbod door hierover een beleidsbrief uit te brengen. Daarin brengt het Commissariaat samen hoe het dienstbaarheidsverbod in de wetsgeschiedenis, de jurisprudentie en de beschikkingenpraktijk van het Commissariaat is uitgelegd. Ook worden in de brief voorbeelden gegeven van activiteiten van derden waarop de NPO, de RPO en publieke media-instellingen alert moeten zijn, zoals merchandising en aanhakende reclame. Daarbij wordt meer duidelijkheid geboden over hoe in verschillende situaties – zoals bij de aankoop van programma’s of formats – invulling te geven aan de zorgplicht.