Financieel toezicht

Het toezien op de rechtmatige besteding van publieke middelen is een belangrijke toezichtstaak van het Commissariaat. Het Commissariaat houdt daarom financieel toezicht op de landelijke en regionale publieke media-instellingen. Jaarlijks toetst het Commissariaat of de financiële verantwoording van de publieke omroepen overeenstemt met de normen die hiervoor zijn vastgelegd in de handboeken.

Financiële verantwoording landelijke en regionale publieke omroepen

Het Commissariaat ziet een transparante verantwoording als essentiële voorwaarde voor het toezicht op de onafhankelijkheid van het media-aanbod en op de rechtmatige besteding van mediagelden. De financiële verantwoording moet in overeenstemming zijn met de bepalingen in de Mediawet en het Handboek Financiële Verantwoording. Omroepen moeten hun bedrijfsprocessen verantwoord organiseren en na afsluiting van het boekjaar een jaarrekening presenteren.

Het Commissariaat toetst in 2016 de financiële verantwoordingen die de landelijke en regionale publieke omroepen over het boekjaar 2015 hebben aangeleverd. De aanwijzingen die het Commissariaat in 2015 heeft gegeven (over het boekjaar 2014) zijn in grote mate opgevolgd. Ook het aantal nieuwe aanwijzingen aan de publieke omroepen is in 2016 significant lager dan het jaar ervoor. Het Commissariaat ziet erop toe dat de omroepen deze aanbevelingen in hun volgende verantwoording meenemen.

Ook voert het Commissariaat op basis van de financiële gegevens van de publieke omroepen jaarlijks een risicoanalyse uit. Aan de hand van deze analyse stelt het Commissariaat prioriteiten in de toetsing voor de komende jaren.

In 2016 let het Commissariaat vooral op:

  • financiële gezondheid van de omroep
  • administratieve organisatie/interne beheersing inzake rechtmatigheid
  • transparantie

Accountants van omroepen spelen een belangrijke rol in de beoordeling van de rechtmatige besteding van publiek geld. De Handboeken Financiële Verantwoording vereisen dat de accountant aan de hand van een voorgeschreven protocol de rechtmatigheid van de bestedingen controleert. Het is van belang dat de accountant in lijn met het protocol handelt. Het Commissariaat kan in dat geval in belangrijke mate steunen op de door de accountant uitgevoerde controle. Een belangrijk onderdeel van deze controle is het testen van de opzet en het bestaan en de effectieve werking van de interne beheersingsmaatregelen die de rechtmatige besteding moeten borgen.

Het Commissariaat toetst door middel van deelwaarnemingen of de accountant het protocol goed toepast. Dit leidt in 2016 tot een aantal belangrijke bevindingen over de controleaanpak en de controle-informatie. Het Commissariaat heeft de accountants en de betreffende omroepen aanbevelingen gedaan om de kwaliteit van de rechtmatigheidscontroles door de accountants te verbeteren. In een enkel geval heeft de accountant herstelwerkzaamheden verricht om zijn oordeel te onderbouwen. Over het algemeen is een stijging in de kwaliteit van de door de accountants uitgevoerde controle waarneembaar ten opzichte van voorgaande jaren.

De voornaamste aanbeveling die het Commissariaat aan de omroepen deed naar aanleiding van hun jaarverslag, had betrekking op het bestuursverslag. In een aantal jaarverslagen was het Commissariaat van oordeel dat dit verslag niet of niet geheel voldeed aan de daarop van toepassing zijnde richtlijnen. Naast de aanbeveling heeft het Commissariaat een kennissessie georganiseerd om de omroepen een handreiking te doen om zo een betere invulling aan het bestuursverslag te kunnen geven. Voor deze kennissessie waren externe deskundigen uitgenodigd. En er was ruimte om met elkaar van gedachte te wisselen op welke wijze het beste invulling kan worden gegeven aan het bestuursverslag voor het jaarverslag 2016.

Naar aanleiding van de toetsing van het financieel verslag voert het Commissariaat waar wenselijk ook gesprekken met omroepen en accountants. Doel van die gesprekken is een verduidelijking van wat met rechtmatigheid van bestedingen wordt bedoeld en welke eisen gelden voor de interne beheersingsomgeving van de omroepen. 

Het ministerie van OCW heeft in 2016 een nieuw ‘Handboek Financiële Verantwoording Landelijke Publieke Media-instellingen en de NPO’ uitgebracht. Het nieuwe handboek is met terugwerkende kracht van toepassing verklaard vanaf 1 januari 2016. Het Commissariaat heeft onderdeel uitgemaakt van de werkgroep voor het opstellen van het nieuwe handboek. Het Commissariaat toetst in 2017 de financiële verantwoordingen over het boekjaar 2016 op basis van dit nieuwe handboek. Het Handboek is voornamelijk een update naar huidige wet- en regelgeving. De belangrijkste wijziging in het handboek betreft de toevoeging van een model voor de transparantie van kosten per domein en platform. De ingangsdatum van dit model is boekjaar 2017.

Het ministerie van OCW heeft het handboek voor de Regionale Publieke Media-instellingen en de RPO eveneens aangepast aan de huidige wet- en regelgeving. Hierbij is ook beoogd het handboek voor de regionale omroepen gelijk te stellen aan het handboek van de landelijke omroepen. Met als doel een transparant speelveld. Ook bij het opstellen van dit handboek heeft het Commissariaat in de werkgroep geparticipeerd. Het handboek voor de Regionale Publieke Media-instellingen en de RPO is medio april 2017 in de Staatscourant gepubliceerd en op dat moment met terugwerkende kracht van toepassing verklaard vanaf 1 januari 2016, met uitzondering van enkele modellen. Deze treden een jaar later in werking.

In 2016 is ook begonnen met de financiële afwikkeling van de voormalige omroepen met een levensbeschouwelijke taak (de zogeheten 2:42 omroepen). De bekostiging van deze omroepen is vanaf 1 januari 2016 beëindigd. Het merendeel van deze omroepen is opgegaan in een landelijke publieke omroep.

Driejaarlijkse evaluatie bekostiging lokale publieke omroepen

Het Commissariaat voert in 2016 de driejaarlijkse evaluatie uit naar de gemeentelijke bekostiging van de lokale publieke omroepen voor de periode 2013-2015. Deze evaluatie is voorgeschreven in de Mediawet. Met de rapportage van het Commissariaat kan de staatssecretaris verslag doen over de doeltreffendheid en effectiviteit van de bekostiging voor de dagelijkse praktijk van lokale publieke omroepen.

Het Commissariaat constateert in zijn rapport dat de financiële situatie van ongeveer 30% van de lokale omroepen zorgelijk is. Dit percentage is in de afgelopen vijf jaar ongeveer gelijk gebleven. Naarmate het verzorgingsgebied van de lokale omroep groter is, zijn gemiddeld genomen ook de financiële zorgen groter.

Bijna alle Nederlandse gemeenten (98%) betalen mee aan de lokale publieke omroep binnen hun gemeentegrenzen. Sinds 1 januari 2015 geldt hiervoor een richtsnoerbedrag van minimaal €1,14 per huishouden. Het Commissariaat concludeert uit de gegevens die het van de lokale omroepen ontvangt, dat 79% van de gemeenten zich houdt aan dit richtsnoerbedrag. Afgezet tegen het oude richtsnoerbedrag van €1,30 per woonruimte haalt echter slechts 41% van de gemeenten dit minimum. Een toenemend aantal gemeenten maakt wel meerjarige afspraken met de lokale omroep, zodat de continuïteit van het niveau van de bekostiging gewaarborgd is.

Volgens het zogeheten vernieuwingsconvenant van Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Organisatie van Lokale Omroepen in Nederland (OLON) zouden lokale publieke omroepen in staat moeten zijn om minimaal 50% van hun eigen inkomsten te genereren. Het Commissariaat constateert echter dat de baten van lokale omroepen in de afgelopen vijf jaar zijn gedaald. Twee derde van de lokale omroepen haalt in 2014 de norm van 50% niet. Deze omroepen worden dus voor meer dan 50% bekostigd door de gemeente. Daarbij geldt gemiddeld genomen: hoe groter het verzorgingsgebied van de lokale omroep, des te lager het percentage eigen inkomsten. Het Commissariaat signaleert dat voor de lokale omroepen hiermee de afhankelijkheid van de gemeentelijke bekostiging toeneemt, maar heeft voor de bekostiging nergens voorwaarden aangetroffen die raken aan de redactionele onafhankelijkheid.

Overigens hebben steeds meer Nederlanders de beschikking over een lokale publieke media-instelling. De dekkingsgraad van lokale omroepen in Nederland is tussen 2010 en 2015 gestegen van 89% naar 92%. Het percentage omroepen dat twee of meer gemeenten bedient, is eveneens licht gestegen van 19% in 2013 naar 21% in 2015.

Voor de uitvoering van de evaluatie naar de gemeentelijke bekostigingsplicht baseert het Commissariaat zich vooral op gegevens die door de omroepen beschikbaar worden gesteld. Hierbij gaat het om de afgegeven subsidiebeschikkingen of bekostigingsverklaringen, aangevuld met informatie uit het financiële toezicht.

De naleving van de bepalingen die betrekking hebben op het indienen van de jaarlijkse financiële verantwoording over de jaren 2013 en 2014 laten een verbetering zien ten opzichte van voorgaande jaren. De financiële informatie wordt eerder ontvangen waarbij minder stukken ontbreken en de informatie in toenemende mate voldoet aan de voorgeschreven bepalingen en modellen.

Het media-aanbod kan door de omvang van het verzorgingsgebied of de financiële mogelijkheden per omroep verschillen. Het is primair aan de omroepen om invulling te geven aan het begrip ‘lokaal toereikend media-aanbod’. De gemeente zorgt voor (een gedeeltelijke) financiering hiervan. De OLON en de stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO) hebben hierin het voortouw genomen. De NLPO is als sectorinstituut belast met het behartigen van de collectieve belangen van de lokale omroepen die zich omvormen tot streekomroepen. NLPO en OLON zijn met de omroepen in gesprek om tot een model begroting te komen, om ook vanuit financieel perspectief invulling te geven aan een lokaal toereikend media-aanbod. Het Commissariaat heeft geen mandaat om een oordeel te geven over deze begroting; wel heeft het Commissariaat hierover gesprekken gevoerd met betrokkenen. Het is immers waardevol dat de vooraf opgestelde begroting vergeleken kan worden met de realisatie zoals deze (conform het financieel handboek) aan het Commissariaat gerapporteerd dient te worden. Daarbij moet voorkomen worden dat omroepen te maken krijgen met extra administratieve last.

Financieel toezicht lokale publieke omroepen

Het toezicht op de doelmatigheid en rechtmatigheid van de bestedingen van publieke lokale omroepen is een taak van de gemeente. Het Commissariaat ziet toe op de financiële verantwoording van deze omroepen en toetst of die in overstemming is met de voorschriften in het Handboek Financiële Verantwoording voor de lokale omroepen. Op basis van de voorschriften wordt getoetst of de lokale omroep heeft voldaan aan onder meer de regelgeving inzake sponsorbijdragen, nevenactiviteiten, bartering en samenwerking met derden.

Daarnaast geeft de ontvangen informatie een beeld van de ontwikkeling van de financiële gezondheid van een individuele omroep en het lokale publieke medialandschap als geheel. Het percentage lokale publieke media-instellingen met een zorgelijke financiële positie ligt de afgelopen jaren op ongeveer 30%. Bij grotere omvang van het verzorgingsgebied (vanaf 40.000 woonruimten) ligt het percentage hoger, rond de 40%.

Het Commissariaat beoordeelt de kwaliteit van de financiële informatie van de lokale omroepen op basis van tijdigheid, volledigheid en conformiteit. De afgelopen jaren laat deze kwaliteit een verbetering zien. Door proactief contact te zoeken met de omroepen beoogt het Commissariaat een hoger bewustwordings- en kennisniveau. Dit komt de naleving van de voorschriften voor het aanleveren van de jaarlijkse financiële verantwoording ten goede.

Om de kwaliteit van deze verantwoording verder te ontwikkelen is het Commissariaat eind 2016 begonnen met een herziening van het Handboek Financiële Verantwoording dat op de lokale omroepen van toepassing is. Het huidige handboek dateert van februari 2009 en is destijds opgesteld in samenspraak met de OLON/NLPO en de VNG. De herziening beoogt niet alleen een betere aansluiting op de gewijzigde wet- en regelgeving, maar ook een vereenvoudiging van de gebruikte terminologie die de leesbaarheid ten goede komt. 

Controle financiering media-aanbod vanuit geïntegreerd toezicht

Het Commissariaat integreert in 2016 in toenemende mate het programmatoezicht en het financiële toezicht. De combinatie van deze twee expertises leidt tot een beter inzicht in de herkomst en besteding van gelden waarmee het media-aanbod wordt gefinancierd. Hierbij staat de vraag centraal of de omroep voldoende transparant is in de financiële geldstromen, ook richting de kijker. De onafhankelijkheid van het media-aanbod, die van groot belang is voor de kijker, kan alleen worden bewaakt als de herkomst van geldstromen transparant is.

De integratie van het financiële toezicht en het programmatoezicht wordt uitgevoerd op basis van een risicoanalyse. Hierbij ligt de focus op twee onderdelen.

  • Biedt de media-instelling voldoende inzicht in de herkomst van (financiële) middelen die worden gebruikt voor het realiseren van media-aanbod? De aanwezigheid van sponsoring moet helder worden aangegeven, zowel richting de kijker als in de financiële verslaggeving. Dus: wordt in het programma duidelijk vermeld met behulp van welke partij(en) het media-aanbod (mede) tot stand is gekomen? En komt deze vermelding overeen met de verantwoording in de jaarverslagen?
  • Vermelden contracten die omroepen met derden afsluiten duidelijk waar de sponsorgelden vandaan komen? Zijn de geldstromen direct naar de bron te herleiden? Zo niet, heeft de omroep zich voldoende ingespannen om de bron te achterhalen? Om de onafhankelijkheid van het media-aanbod te waarborgen is het van belang te weten wie de financiers zijn, zodat hun mogelijke belangen transparant zijn.

In 2017 zet het Commissariaat de integratie van het financiële toezicht en het programmatoezicht voort.

Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen

Sinds 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) van kracht. Het doel van de WNT is het tegengaan van bovenmatige beloningen en ontslagvergoedingen bij instellingen in de (semi-)publieke sector. In de WNT worden de inkomens en ontslagvergoedingen genormeerd. De maxima worden jaarlijks vastgesteld bij ministeriële regeling. De WNT stelt ook eisen aan openbaarmaking – in de financiële jaarverslagen – van bezoldigingsgegevens en ontslagvergoedingen van topfunctionarissen binnen (semi)publieke instellingen, dus ook voor publieke omroepen.

De rechtmatige besteding van publiek geld is een speerpunt van het Commissariaat. Als onderdeel van de jaarlijkse toetsing van de financiële verantwoording van de publieke omroepen onderzoekt het Commissariaat in dit kader ook in 2016 de naleving van de WNT door omroepen die onder zijn toezicht staan.

Tags bij deze pagina