Regiogerichtheid

Om bij te dragen aan een gelijk speelveld voor commerciële radio-omroepen en aan de pluriformiteit van het media-aanbod, beoordeelt het Commissariaat of niet-landelijke commerciële radio-omroepen niet op een ongeoorloofde manier met elkaar verbonden zijn. Afgezien van enkele uitzonderingsgevallen mag een instelling voor de verspreiding van het radioprogramma-aanbod niet meer dan één FM-frequentie of samenstel van FM-frequenties gebruiken. Zo blijven landelijke en niet-landelijke commerciële radiozenders duidelijk gescheiden. Ook wordt voorkomen dat landelijke commerciële radio-omroepen de regionale omroepen opkopen en die frequenties bijvoorbeeld gebruiken voor radioprogramma’s die zich niet op het regionale verzorgingsgebied richten.

RadioNL

In 2012 verzocht de landelijke commerciële radio-omroep RadioCorp het Commissariaat om handhavend op te treden. Volgens RadioCorp was er een ongeoorloofde verbondenheid van RadioNL B.V. en de niet-landelijke commerciële radio-omroepen die het programma van RadioNL uitzenden. Het Commissariaat oordeelde dat dit niet het geval was en wees het handhavingsverzoek af. Het bezwaar van RadioCorp tegen deze afwijzing werd ongegrond verklaard, waarna RadioCorp in beroep ging.

De rechtbank stelde het Commissariaat in het gelijk. De rechtbank bevestigt het oordeel van het Commissariaat dat RadioNL B.V. en de commerciële radio-omroepen die het programma RadioNL uitzenden niet op een ongeoorloofde manier verbonden zijn. Er is geen zeggenschapsrelatie waarbij RadioNL B.V. het beleid van die niet-landelijke commerciële radio-omroepen kan bepalen. Dat deze niet-landelijke commerciële radio-omroepen het programma van RadioNL uitzenden en dat RadioNL als één radiostation wordt gepresenteerd, maakt nog niet dat RadioNL B.V. aanmerkelijk invloed heeft op het beleid van die radio-omroepen, aldus de rechtbank.

Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het Commissariaat terecht had besloten om niet handhavend op te treden naar aanleiding van de gestelde overschrijding van het maximum van 30% kabelbereik. De rechtbank oordeelde dat het Commissariaat terecht rekening had gehouden met het beleid van de overheid dat gericht is op het stimuleren van de ontwikkeling van digitale radio. Bij de digitale doorgifte van RadioNL via de kabel vond de rechtbank de afweging tussen het doel van de regeling, namelijk het voorkomen dat regionale frequenties worden gebruikt door niet regionaal opererende instellingen, en het stimuleren van de digitale radio terecht. De rechtbank wees daarbij op de veranderde wetgeving op dat gebied en de verplichting die het Agentschap telecom in 2011 aan de commerciële radiozenders had opgelegd om te investeren in digitale radio. RadioCorp heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld.