Financieel toezicht

Het toezien op de rechtmatige besteding van publieke middelen is een belangrijke toezichtstaak van het Commissariaat. Het Commissariaat houdt daarom ook financieel toezicht op de landelijke en regionale publieke media-instellingen. Door een jaarlijkse toetsing stelt het Commissariaat vast of de financiële verantwoording van de publieke media-instellingen is opgesteld in overeenstemming met het Handboek financiële verantwoording landelijke publieke media-instellingen en de NPO.

 

Financiële verantwoording landelijke publieke omroepen

 

Financiële verantwoording verbeterd

In 2015 heeft het Commissariaat de financiële verantwoordingen getoetst die de landelijke en regionale publieke media-instellingen en de daaraan gelieerde entiteiten over het boekjaar 2014 hebben aangeleverd. De aanwijzingen die het Commissariaat in 2014 heeft gegeven (over het boekjaar 2013) zijn in grote mate opgevolgd door de publieke media-instellingen in hun financiële verantwoording over 2014. Het aantal verstrekte aanwijzingen aan de publieke media-instellingen is daardoor in 2015 significant afgenomen van 87 naar 54 . Bovendien werden minder grote fouten gemaakt.

De toetsingen van de financiële verantwoordingen 2014 hebben geresulteerd in een aantal aanwijzingen, verbeterpunten en aanbevelingen voor 2015 en volgende jaren. Het Commissariaat vertrouwt erop dat de media-instellingen deze aanbevelingen in hun volgende verantwoordingen meenemen.

Toetsing op basis van risicoanalyse

De landelijke publieke media-instellingen zijn verplicht om elk jaar over hun financiële situatie te rapporteren aan het Commissariaat van de Media. Op basis van de financiële gegevens voert het Commissariaat een risicoanalyse uit. Deze analyse is de grondslag voor de prioriteitstelling in de toetsingen voor alle media-instellingen gezamenlijk en voor individuele media-instellingen.

In 2015 heeft het Commissariaat vooral gelet op:

  • de financiële gezondheid van een media-instelling;
  • Administratieve organisatie/Interne Beheersing inzake rechtmatigheid, en;
  • transparantie.

Belangrijke rol voor accountants omroepen

De controlerend accountants van de media-instellingen hebben een belangrijke rol in de beoordeling van de rechtmatige besteding van de publieke middelen. Het Handboek vereist dat de accountant aan de hand van een voorgeschreven controleprotocol de rechtmatigheid van de bestedingen controleert en hierover een uitspraak doet. Een belangrijk onderdeel van deze controle is het beoordelen en testen van de opzet, het bestaan en de effectieve werking van de interne beheersingsmaatregelen om rechtmatige besteding te borgen.

Het Commissariaat toetst op zijn beurt steekproefsgewijs of de accountant het controleprotocol goed toepast. Dit heeft geleid tot een aantal belangrijke bevindingen over controleaanpak en controle-informatie. Het Commissariaat heeft de betreffende accountants en de media-instellingen daarom een aantal aanbevelingen gedaan om de kwaliteit van de rechtmatigheidscontroles op onderdelen te verbeteren. In een enkel geval heeft de controlerend accountant herstelwerkzaamheden verricht om het controle-oordeel te onderbouwen.

Door het gesprek aan te gaan met de media-instellingen en hun accountants, wil het Commissariaat verder verduidelijken wat rechtmatigheid van bestedingen concreet behelst en welke eisen gelden voor de interne beheersingsomgeving van de media-instellingen.

Nieuw Handboek

In 2015 is bij Ministeriële Regeling een nieuw Handboek financiële verantwoording landelijke publieke media-instellingen en de NPO uitgebracht. Het handboek stelt eisen aan de inrichting van de financiële verantwoordingen, een controleprotocol voor de controlerend accountant en een model controleverklaring. Het nieuwe handboek is met terugwerkende kracht van toepassing verklaard vanaf 1 januari 2015. Het Commissariaat zal de financiële verantwoordingen over het boekjaar 2015 in 2016 op basis van dit nieuwe handboek toetsen.

Frictiekosten

Jaarlijks toetst het Commissariaat de aanvragen voor frictiekosten van de landelijke publieke media-instellingen. Deze aanvragen kunnen bestaan uit een aanvraag tot voorschot of een aanvraag op basis van realisatie. Naar aanleiding van deze toetsing stuurt het Commissariaat een advies naar het ministerie van OCW om de gevraagde vergoeding al dan niet toe te kennen en adviseert het hoe hoog de vergoeding zou moeten zijn. Aan de hand van het advies neemt de bewindspersoon vervolgens een besluit.

Over 2014 is door het ministerie 6.789.488 euro toegekend voor de frictiekosten. In 2015 zijn geen aanvragen tot voorschot ontvangen van de landelijke media-instellingen. De aanvragen op basis van realisatie over 2015 zullen medio 2016 worden afgerond.

Naast de jaarlijkse toetsing op de financiële verantwoording, toetst het Commissariaat ook alle door de landelijke media-instellingen ingediende aanvragen voor het vergoeden van of een voorschot op de zogenaamde frictiekosten – bezuinigings- en fusiekosten – als gevolg van de bezuinigingen van het kabinet Rutte I. In 2015 heeft het ministerie van OCW voor kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag (zogeheten 2.42-instellingen) nieuwe voorschriften opgesteld op basis van de bezuinigingen van het kabinet Rutte II.

Vijf kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag hebben op basis van de specifiek voor deze groep geldende voorschriften een aanvraag tot voorschot ingediend. Het ministerie van OCW heeft 2.698.737 euro toegekend aan deze partijen. De toetsing van de aanvragen op basis van realisatie zal medio 2016 worden afgerond.

Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen (WNT)

Sinds 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) van kracht. Het doel van de WNT is het tegengaan van bovenmatige beloningen en ontslagvergoedingen bij instellingen in de (semi) publieke sector. In de WNT worden inkomens en ontslagvergoedingen van topfunctionarissen bij instellingen met een publieke taak, genormeerd. Het verstrekken van winstdelingen, bonussen of andere vormen van variabele beloning aan topfunctionarissen is niet toegestaan. De (bezoldigings)maxima worden jaarlijks vastgesteld bij ministeriële regeling. In 2014 was dat 230.474 euro. Voor de hoogte van de uitkering wegens beëindiging van een dienstverband geldt een maximum van 75.000 euro.

De WNT stelt ook eisen aan openbaarmaking – in de financiële jaarverslagen – van bezoldigingsgegevens en ontslagvergoedingen van functionarissen binnen (semi)publieke instellingen, waaronder o.a. de NPO en de landelijke publieke media-instellingen.

De rechtmatige besteding van publiek geld is een speerpunt van het Commissariaat. Als onderdeel van de jaarlijkse toetsing van de financiële verantwoording van de publieke omroepen heeft het Commissariaat ook in 2015 de naleving van de WNT door de media-instellingen die onder zijn toezicht staan onderzocht.

AVROTROS bleek een bonus te hebben uitgekeerd aan één van zijn topfunctionarissen die niet onder het overgangsrecht van de WNT viel en dus onrechtmatig was. Het Commissariaat heeft AVROTROS daarom opdracht gegeven dit te herstellen. AVROTROS heeft de overtreding vervolgens vrijwillig ongedaan gemaakt. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft hierover gerapporteerd aan de Tweede Kamer.

Ook bij een aantal andere media-instellingen heeft het Commissariaat kleine onjuistheden en omissies in de vereiste openbaarmaking in de financiële jaarverslagen geconstateerd. De betreffende media-instellingen zijn van de bevindingen op de hoogte gesteld. Het Commissariaat verwacht dat zij deze bevindingen meenemen in de financiële verantwoording over het boekjaar 2015.

Financieel toezicht lokale omroepen

Lokale publieke media-instellingen die reclame- en telewinkel-boodschappen in het media-aanbod opnemen, moeten jaarlijks een financiële verantwoording verstrekken aan het Commissariaat. Het Commissariaat registreert de ontvangen informatie en beoordeelt of de media-instelling de financiële voorschriften, zoals vastgelegd in het Handboek financiële verantwoording, naleven. Op basis van de geregistreerde financiële informatie van de lokale publieke media-instellingen wordt een jaarlijkse analyse uitgevoerd waarbij met name wordt gekeken naar de liquiditeit en solvabiliteit van de media-instellingen en de algehele financiële positie van het lokale medialandschap.

De kwaliteit van de aangeleverde financiële verantwoording door de lokale publieke media-instellingen laat de afgelopen jaren een verbetering zien. De verbeterde aanlevering is het gevolg van regelmatiger en intensiever contact met de media-instellingen, waardoor hun kennis en begrip voor de regelgeving is toegenomen. Bovendien heeft dit contact ertoe geleid dat men de modellen beter interpreteert.

In zijn algemeenheid geldt dat de liquiditeit en solvabiliteit per ultimo 2014 een lichte verbetering laten zien ten opzichte van ultimo 2013. Het resultaat na belastingen over het boekjaar 2014 was op totaalniveau voor het gehele lokale medialandschap negatief, ondanks een verbetering –in absolute zin– ten opzichte van 2013.