Toelichting op de balans

Toelichting op de balans

Bedragen x (€ 1.000) Materiële vaste activa Het verloop in 2014 is als volgt weer te geven: [table id=51 /] De bedrijfsgebouwen worden in 40 jaar afgeschreven op basis van annuïteiten. Het hierbij gehanteerde interestpercentage is 5%. Groot onderhoud wordt in 10 jaar lineair afgeschreven, inventaris in 5 jaar, installaties worden in 5 tot 15 jaar afgeschreven en hard en software in 4 jaar. In de afschrijving andere vaste bedrijfsmiddelen is een bedrag opgenomen van € 29.953 voor de website vaste boekenprijs. Over de waarde van de grond ad € 476.000 wordt niet afgeschreven. De WOZ-waarde van het pand bedraagt per 1 januari 2014 € 2.850.000. Financiële vaste activa Dit betreft een onderhandse lening aan de Stichting NTR ad € 8.826.000. Deze lening is aflossingsvrij maar kan te allen tijde (gedeeltelijk) boetevrij afgelost worden om zo de jaarlijkse rentekosten terug te kunnen dringen. Voor de komende jaren zal het vergoedingsrentepercentage aan de NTR jaarlijks worden aangepast tegen het per 1 januari van dat jaar geldende percentage wat het ministerie van Financiën berekent aan het Commissariaat voor de Media. De looptijd van deze afspraak geldt voorlopig tot 1 januari 2018. Voor 2014 betekent dit een interestpercentage van 0,45 %. Vorderingen [table id=52 /] De debiteuren bestaan uit nog in te vorderen boetes en toezichtskosten over voorgaande jaren, hierbij is rekening gehouden met een voorziening voor oninbaarheid. In 2014 is aan toezichtskosten een opbrengst verantwoord van € 1.706.243 (zie ook de overlopende activa alsmede de baten). [table id=70 /] Het Commissariaat voor de Media heeft een voorlopige vordering op de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) ter hoogte van € 29.620.000. Ultimo 2013 bedroeg het voorlopig terug te vorderen bedrag van de NPO € 71.600.000. Ook dit bedrag betrof een voorlopige inschatting, vanuit verkregen informatie van de NPO. In de loop van 2014 is definitief vastgesteld welk bedrag als overschrijding teruggevorderd diende te worden. Van het bedrag dat ultimo 2013 als vordering op de NPO is opgenomen (€ 71.600.000) kwam ultimo 2014 nog een bedrag van € 10.032.000 voor terugvordering in aanmerking. Dit bedrag is in januari 2015 verrekend met de periodieke bevoorschotting aan de NPO. Jaarlijks toetst het Commissariaat voor de Media de financiële verantwoording van de landelijke publieke media-instellingen en stuurt naar aanleiding van deze toetsing deze media-instellingen een aanwijzingenbrief. De toetsing wordt afgesloten nadat alle media-instellingen hebben aangegeven de aanwijzingen van het Commissariaat voor de Media te zullen opvolgen. De toetsing van de financiële verantwoordingen 2013 is inmiddels afgerond. Uit deze toetsing is gebleken dat het bedrag dat ultimo 2013 voor terugvordering in aanmerking komt dient te worden aangepast. Bij een van de landelijke media-instellingen heeft ten onrechte een afwaardering van het pand plaatsgevonden waardoor de terug te vorderen RMA ultimo 2013 moet worden aangepast met een bedrag van € 6.185.000. Dit bedrag zal alsnog in 2015 worden teruggevorderd. De toetsing van de financiële verantwoordingen over 2014 zal in de loop van 2015 plaatsvinden. De landelijke publieke media-instellingen dienen de financiële verantwoording over 2014 uiterlijk 1 mei 2015 bij het Commissariaat voor de Media in. Omdat de toetsing over 2014 ten tijden van het opstellen van deze jaarrekening nog moet plaatsvinden kan het bedrag dat ultimo 2014 kan worden aangemerkt als over te dragen RMA eveneens nog wijzigen. Vooralsnog is bij het bepalen van het bedrag dat ultimo 2014 voor terugvordering in aanmerking komt uitgegaan van een voorlopige inschatting, verkregen vanuit informatie van de NPO. Uit deze informatie is gebleken dat ultimo 2014 een bedrag van € 13.403.000 dient te worden teruggevorderd. Aldus bestaat het ultimo 2014 terug te vorderen bedrag van € 29.620.000 uit: een bedrag van € 10.032.000 welk bedrag reeds is teruggevorderd in januari 2015, een correctie op de terug te vorderen RMA ultimo 2013 van € 6.185.000 als gevolg van de uitkomsten van de toetsing 2013 welke in de loop van 2014 heeft plaatsgevonden en een voorlopig bedrag van € 13.403.000 terug te vorderen over 2014 op basis van de informatie die is verkregen van de NPO. Vanaf 1 januari 2013 is in de Mediawet opgenomen dat het totaal van de gereserveerde gelden voor de verzorging van media-aanbod dat door de NPO en de landelijke publieke media-instellingen wordt gereserveerd in een kalenderjaar niet meer mag bedragen dan 10% van de uitgaven van de NPO en de landelijke publieke media-instellingen met uitzondering van de uitgaven aan verenigingsactiviteiten (art. 2.174, lid 2, van de Mediawet 2008). Conform artikel 2.177 lid 1 van de Mediawet 2008 vordert het Commissariaat voor de Media het surplus boven de 10% reservenorm terug bij de Landelijke publieke media-instelling (via de NPO), en voegt het teruggevorderde bedrag vervolgens toe aan de Algemene Mediareserve (Bestemmingsfonds). [table id=53 /] Het te ontvangen bedrag van € 3.000 in verband met de frictiekosten reorganisatie bestaat uit een bedrag van € 96.000 in verband met de afrekening over het boekjaar 2014, alsmede een terug te betalen bedrag over het boekjaar 2013 ad € 93.000. Per saldo: € 3.000 te vorderen. Over 2014 is een voorschot ontvangen op de frictiekosten. Er is meer uitgegeven dan was ingeschat. Het Commissariaat voor de Media gaat er van uit dat de meerkosten (€ 96.000) door het ministerie van OCW worden vergoed. Zie onderstaande tabel: [table id=54 /] Voor de bekostiging van het VWNW traject van het Commissariaat voor de Media is een frictiekostenregeling van het ministerie van OCW van toepassing op grond waarvan een vordering op het ministerie is opgenomen in relatie tot de omvang van de voorziening. De hoogte van deze vordering heeft een ‘voorlopig’ karakter (€ 4.084.000). [table id=55 /] De liquide middelen zijn vrij opvraagbaar. In het kader van het Schatkistbankieren zijn twee rekeningen bij het ministerie van Financiën in gebruik, die gekoppeld zijn aan twee ING rekeningen die geen saldi vertonen, maar waar wel alle mutaties te zien zijn. Via zogenaamde balance-boekingen worden dagelijks de saldi overgeheveld naar de rekeningen van het ministerie van Financiën. Daarnaast is er nog een ING rekening voor kleine aanschaffingen. Deze rekening vertoont wel een saldo. Het saldo van de rekeningcourant bij het ministerie van Financiën is hoger, aangezien het voorschot voor januari 2015 (apparaatskosten en de subsidies LPO) al op 31 december 2014 is ontvangen. Eigen vermogen Het verloop in 2014 is als volgt weer te geven: [table id=56 /] Het Bestemmingsfonds bestaat uit de Algemene Mediareserve (AMR) en wordt aangehouden als buffer voor tegenvallende reclameopbrengsten van de STER, als liquidatiereserve en ter financiering van de rekening-courant met de STER. Het Commissariaat voor de Media beheert het Bestemmingsfonds AMR, de minister van OCW beschikt over de bestemming. De inkomsten van de STER zijn in 2014 hoger dan het begrote bedrag, als gevolg van evenementen die in 2014 hebben plaatsgevonden. Ultimo 2014 heeft het Bestemmingsfonds een stand van € 196 miljoen. De Bestemmingsreserves betreffen twee reserves namelijk de bestemmingsreserve nieuwbouw en de bestemmingsreserve website vaste boekenprijs. De Bestemmingsreserve nieuwbouw is destijds gevormd uit de éénmalige bijdrage van € 2.269.000 die door het ministerie van OCW is verstrekt ten behoeve van de financiering van de nieuwbouw. Vanuit de bestemmingsreserve website vaste boekenprijs wordt via de resultaatbestemming een bedrag van de investeringsbijdrage in de ontwikkeling van de website overgeheveld naar de algemene reserve. Dit bedrag correspondeert met de afschrijvingskosten (€ 29.953) van de website, die met de betreffende investeringssubsidies zijn gefinancierd. De kosten van o.a. het onderhoud van de website vaste boekenprijs (2014 € 134.494) worden door het ministerie van OCW separaat, op declaratiebasis, gefinancierd. Voorzieningen [table id=57 /] Door het Commissariaat voor de Media is in 2013 een reorganisatie uitgevoerd in het kader van de door het Kabinet in 2012 opgelegde ZBO-korting welke dient te resulteren in een structurele kostenbesparing in 2018. In het kader van deze reorganisatie is een aantal medewerkers aangemerkt als VWNW-kandidaat en is een voorziening in de jaarrekening opgenomen. De omvang van deze voorziening is berekend op basis van thans bekende informatie en heeft daarmee een ‘voorlopig’ karakter. De mutatie in de reorganisatievoorziening alsmede de mutatie in de vordering op het ministerie van OCW is via de exploitatierekening (bijzondere baten respectievelijk bijzondere lasten) verwerkt. [table id=58 /] [table id=59 /] De voorziening wachtgeld is gevormd om de te verwachten uitgaven voor wachtgeldverplichtingen te kunnen bekostigen. Jaarlijks wordt aan de hand van de op dat moment bekende gegevens de hoogte van de voorziening berekend. Zo nodig wordt via een extra dotatie de voorziening op peil gehouden. Van de totale voorziening heeft een bedrag van € 241.628 betrekking op een looptijd korter dan 1 jaar. [table id=60 /] De voorziening wordt bepaald per personeelslid vanaf het moment dat de werknemer bij het ABP is verzekerd. Van de totale voorziening heeft een bedrag van € 6.509 betrekking op een looptijd korter dan 1 jaar. [table id=61 /] Er is een voorziening getroffen voor kosten groot onderhoud aan ons pand mede gelet op de ouderdom van het pand. Van de totale voorziening heeft een bedrag van € 20.000 betrekking op een looptijd korter dan 1 jaar. Kortlopende schulden [table id=62 /] Op 31 december 2014 is door het ministerie van OCW de bijdrage januari 2015 overgemaakt, waardoor het saldo van vooruit ontvangen hoger is. [table id=63 /] In de post loonbelasting zijn enkele nagekomen posten meegenomen. [table id=64 /] Aan het Metropole Orkest is een bijdrage van € 16.000.000 toegekend in de frictiekosten 2013 tot en met 2016. Het Metropole Orkest wordt hiermee in staat gesteld zelfstandig de periode tot 1 januari 2017 te overbruggen. Een van de voorwaarden daarbij is dat het Metropole Orkest in de toekomst geen nieuwe aanspraak op frictiekosten zal maken. In 2014 is een voorschot van € 3.500.000 uitbetaald. Het resterende bedrag van € 7.000.000 is opgenomen als nog te betalen subsidie. De boetes betreffen de nog af te dragen boetes per 31 december 2014. Het bedrag van € 186.500 aan ontvangen boetes in 2014, wordt begin 2015 aan het ministerie van OCW afgedragen en is op 31 december 2014 nog in de af te dragen boetes verwerkt. Tevens is er een bedrag terug te vorderen van een omroepinstelling. Dit bedrag zal doorbetaald worden aan het ministerie van OCW. Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen Met Alphabet Nederland B.V. is een operational lease-overeenkomst gesloten voor een personenauto. De resterende leaseverplichting van ca. 29 maanden, exclusief brandstof, bedraagt ultimo 2014 € 21.013. Waarvan een bedrag van € 8.497 betrekking heeft op een looptijd van een jaar. Met Leaseplan Nederland N.V. is een operational lease-overeenkomst gesloten voor een personenauto. De resterende leaseverplichting van 6 maanden, exclusief brandstof, bedraagt ultimo 2014 € 8.332. Waarvan een bedrag van € 8.332 betrekking heeft op een looptijd van een jaar. Met Leaseplan Nederland N.V. is een operational lease-overeenkomst gesloten voor een personenauto. De resterende leaseverplichting van 9 maanden, exclusief brandstof, bedraagt ultimo 2014 € 17.093. Waarvan een bedrag van € 17.093 betrekking heeft op een looptijd van een jaar. Door het Commissariaat voor de Media is in 2013 een reorganisatie uitgevoerd in het kader van de door het Kabinet in 2012 opgelegde ZBO-korting welke dient te resulteren in een structurele kostenbesparing in 2018. In het kader van deze reorganisatie is een aantal medewerkers aangemerkt als VWNW-kandidaat. Voor de bekostiging van het VWNW traject van het Commissariaat voor de Media is een frictiekostenregeling van het ministerie van OCW van toepassing. Bij gelegenheid van de splitsing van de NOS en het NOB is in 1988 in de Mediawet opgenomen dat het Commissariaat voor de Media, de NOS en het NOB over en weer als hoofdelijk schuldenaar garant staan voor financiële verplichtingen die door de NOS voor 1 januari 1988 zijn aangegaan. Deze garantstelling, die inmiddels weinig materiële betekenis meer zal hebben, zal formeel blijven bestaan tot de Mediawet op dit punt gewijzigd wordt. In september 2006 is door de NOS, het Commissariaat voor de Media en NOB Holding B.V. een overeenkomst getekend, waardoor de verplichtingen van het NOB zijn overgenomen door NOB Holding B.V. Overige informatie In 2014 waren er gemiddeld 46,06 (2013: 45,16) personen (op basis van fte’s) in dienst. Eind 2014 waren er 47,75 (2013: 43,05) personen (op basis van fte’s) in dienst. Wet normering bezoldiging topfunctionarissen (WNT) De bezoldiging van de topfunctionarissen is als volgt weer te geven (norm 2014 is € 230.474 en 2013 is € 228.599 voor 1 fte en 12 mnd.) Openbaarmaking topfunctionarissen conform art. 4.1.1. op grond van dienstbetrekking [table id=65 /] Openbaarmaking topfunctionarissen conform art. 4.1.2. anders dan op grond van dienstbetrekking [table id=66 /] Openbaarmaking beloning topfunctionarissen conform art 4.1.1 en 4.1.2 [table id=67 /] Openbaarmaking (gewezen) topfunctionarissen conform art. 4.1.1. op grond van dienstbetrekking [table id=68 /] Openbaarmaking beloning (gewezen) topfunctionarissen conform art 4.1.1 [table id=69 /] De vergelijkende cijfers over 2013 zijn aangepast naar de feitelijke situatie