Algemene toelichting

Waarderingsgrondslagen

Voor zover niet anders is vermeld, zijn de activa, de voorzieningen en de schulden opgenomen tegen nominale waarde.

Materiële vaste activa

De materiële vaste activa zijn gewaardeerd op de verkrijgingprijs onder aftrek van daarop gebaseerde afschrijvingen. De afschrijvingen zijn conform het Handboek Financiële Verantwoording Commissariaat voor de Media. Bedrijfsgebouwen worden in 40 jaar afgeschreven op basis van annuïteiten. Het hierbij gehanteerde rentepercentage is 5%. Dit was het geldende rentepercentage van een langlopende hypotheek op het moment van de investering. Groot onderhoud wordt in 10 jaar lineair afgeschreven, inventaris in 5 jaar, installaties worden in 5 tot 15 jaar afgeschreven en hard- en software in 4 jaar.

Debiteuren

De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde onder aftrek van nodig geachte voorzieningen voor mogelijk oninbare vorderingen.

Investeringssubsidies

De van het Ministerie van OCW ontvangen investeringssubsidies ten behoeve van de aanschaf van materiële vaste activa worden gerubriceerd onder de bestemmingsreserve. Jaarlijks wordt via de resultaatbestemming een bedrag van de bestemmingsreserve overgeheveld naar de algemene reserve. Dit bedrag correspondeert met de afschrijvingskosten van de materiële vaste activa, die aangeschaft zijn met de betreffende investeringssubsidies.

Voorziening reorganisatiekosten

Door het Commissariaat voor de Media is in 2013 een reorganisatie uitgevoerd in het kader van de door het Kabinet in 2012 opgelegde ZBO-korting welke dient te resulteren in een structurele kostenbesparing in 2018.

In het kader van deze reorganisatie is een aantal medewerkers aangemerkt als VWNW-kandidaat en is een voorziening in de jaarrekening opgenomen. De omvang van deze voorziening is berekend op basis van thans bekende informatie en heeft daarmee een ‘voorlopig’ karakter. Voor de bekostiging van het VWNW traject van het Commissariaat voor de Media is een frictiekostenregeling van het ministerie van OCW van toepassing op grond waarvan een vordering op het ministerie is opgenomen in relatie tot de omvang van de voorziening. Daarmee heeft de hoogte van deze vordering eveneens een ‘voorlopig’ karakter.

De mutatie in de reorganisatievoorziening alsmede de mutatie in de vordering op het ministerie van OCW is via de exploitatierekening (bijzondere baten respectievelijk bijzondere lasten) verwerkt.

Voorziening wachtgeld

De voorziening wachtgeld wordt gevormd voor toekomstige en reeds ingegane wachtgeldverplichtingen voor medewerkers en commissarissen. De voorziening wordt gewaardeerd op nominale waarde waarbij wordt ingeschat in welke mate de betreffende medewerker of commissaris gebruik zal maken van de wachtgeldaanspraak.

Voorziening jubileumuitkering

De voorziening is gewaardeerd tegen nominale waarde en betreft de verplichting van toekomstige jubileumuitkeringen gebaseerd op de arbeidsvoorwaarden. Bij de berekening van de voorziening is rekening gehouden met de kans dat medewerkers de organisatie vroegtijdig verlaten.

Voorziening Groot Onderhoud

In 2014 is een meerjarig onderhoudsplan opgesteld, mede gelet op de ouderdom van het pand, welke de basis is geweest voor deze voorziening. De voorziening is gewaardeerd tegen nominale waarde en betreft de verplichting van toekomstige reparatie uitgaven en vergelijkbare uitgaven voor groot onderhoud.

Grondslagen voor de bepaling van het resultaat

Baten en lasten worden in de jaarrekening opgenomen onverschillig of zij tot ontvangsten of uitgaven in dat boekjaar hebben geleid. Uitgangspunt daarbij is de toerekening van baten en lasten aan de periode waarop zij betrekking hebben, daarbij rekening houdend met het verband tussen die baten en lasten.

Opbrengsten worden slechts opgenomen indien zij zijn verwezenlijkt. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het boekjaar, worden in acht genomen indien zij vóór het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Toegekende subsidiebedragen aan media-instellingen worden pas in de exploitatierekening verwerkt als ze definitief zijn vastgesteld door het ministerie van OCW. Subsidies die niet voortvloeien uit de mediabegroting en waar het ministerie van OCW ook niet op een andere wijze een dekking voor geeft, komen via de exploitatierekening ten laste van het Bestemmingsfonds AMR.